Zoektocht naar mijn Indische roots (wie zijn we nou eigenlijk?)

Sinds kort heb ik ein-de-lijk weer een huisje in Nederland! En ik voel me eindelijk weer thuis. Niet alleen omdat ik niet meer van het ene huis naar het andere huis, de camping of de auto (!) hoef te verhuizen.

Maar ook omdat er in Nederland meer van ‘het Indische’ leeft. De afgelopen jaren was ik vaak in Spanje en daar miste ik dat.

Toen ik mijn nieuwe huisje betrok, ging ik direct op zoek naar toko’s en Indonesische restaurants in de buurt. Prioriteiten, duh.

Die vond ik en ik heb mijn buikje rond gegeten aan tjendol, nasi kuning, tempeh, rendang, sajoer boontjes, atjar ketimoen en nog veel meer.

Ook ging ik zo snel mogelijk naar de film Mama’ku. Die wilde ik ontzettend graag zien en hij stelde niet teleur. Een prachtige film, die me aanspoorde om meer te leren over mijn eigen Indonesische voorouders.

Parminah, de “inlandse vrouw”

Mijn betovergrootmoeder was een njai uit Semarang, Java. Haar naam was Parminah.

Ze kreeg in 1893 te Semarang een kind van Gerard, de Nederlandse man voor wie ze werkte. Hij was president Raad van Justitie te Batavia en directeur van de Nederlands-Indische Bestuursacademie.

Ja, ze hadden dus seks. Was dat vrijwillig? Was dat met liefde? Geen idee.

Maar Gerard nam het kind (Henriette, mijn overgrootmoeder) in 1903 mee naar Nederland.

En Parminah bleef achter op Java.

Wat het verhaal daarachter precies is, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Mijn overgrootmoeder heeft in elk geval een goed leven gehad en is voor zover we weten met liefde opgevoed door Gerard en zijn Nederlandse vrouw.

Veel kinderen van de Nederlandse ambtenaren en hun njais werden niet eens erkend, dus mijn overgrootmoeder heeft in dat opzicht ‘geluk’ gehad. Zij was een gouden kind.

En zelfs Parminah staat vermeld als haar moeder, zij het als “inlandse vrouw Parminah” – verder geen achternaam of iets.

Lichter dan ik

De afgelopen weken las ik ook Lichter dan ik, van Dido Machielsen. Dat vertelt het verhaal van Isah, een Javaanse vrouw en de njai van een Nederlandse kolonist. Het speelt zich af in de tijd van Parminah, de negentiende eeuw.

Ze krijgen twee dochters. Alleen hij erkent ze niet, verlaat Isah en trouwt met een Nederlandse vrouw.

Het raakte me enorm. Sowieso omdat het prachtig geschreven is (I love Dido Machielsen), maar ook vanwege de onrechtvaardigheid.

Hoe Europeanen neerkeken op de lokale bevolking, hoe weinig rechten inlandse vrouwen hadden, hoe ze werden gebruikt, verkracht en weggemoffeld door de kolonisten…

En hoewel we in een andere tijd leven en een hoop dingen zijn verbeterd, is de wereld nog steeds behoorlijk oneerlijk (ik probeer op mijn taal te letten). Zeker voor vrouwen.

Daarom is het goed dat dit soort verhalen worden verteld en dat er aandacht wordt geschonken aan het verleden.

Waarom is die zoektocht belangrijk?

Het is goed om te weten waar we vandaan komen. Zo kunnen we onszelf en anderen beter begrijpen.

En hoe meer ik leer over de njais en over voormalig Nederlands-Indië, hoe meer mijn interesse groeit. Hoe meer ik me verbonden voel met mijn familiegeschiedenis.

Maar laatst vroeg ik me af: waarmee voel ik me dan precies verbonden? Waarom voelt die zoektocht zo belangrijk? Wat maakt het eigenlijk allemaal uit?

Ik ben toch gewoon Jessica. Hier. Nu. De mens die ik op dit moment ben. Waarom voel ik dan zoveel nieuwsgierigheid, connectie en opwinding als ik weer iets nieuws ontdek?

Die vragen stel ik mezelf omdat ik ook een yogi ben.

Want wanneer ik mediteer, voel ik me verbonden met iets dat veel dieper gaat dan mijn ego. Dieper dan mijn persoonlijkheid. Dieper dan mijn geschiedenis.

Natuurlijk is het leuk om steeds meer puzzelstukjes bij elkaar te vinden. Om ‘verklaringen’ te vinden voor je eigen karaktereigenschappen. Om te voelen dat je ergens bij hoort.

En dat is het hem nou precies.

Ik heb altijd het idee dat ik ergens tussenin val. Kan ik zeggen dat ik Indisch ben?* Nee, ik vind van niet. Ik ben meer een Nederlander met Indische roots. Maar ik ben ook geen pure Hollander, niet qua bloed en ook niet qua spirit – als er al zoiets bestaat.

Ik ben geen überspirituele yogi; ik houd niet van te veel zweverigheid en zeker niet van vreemden. Maar ik ben ook geen nuchtere Nina. Ik heb wel een beetje magie nodig in mijn leven.

En dat is iets wat veel mensen voelen: dat we nergens écht bij horen. Misschien komt het door onze gemixte culturele achtergronden, of door onze individualistische maatschappij.

Maar ik kan me voorstellen dat je zelfs in een collectieve maatschappij toch je eigen meningen vormt en je dan het idee hebt dat je er niet meer bij hoort, vooral als je in aanraking komt met andere perspectieven.

Daarnaast houdt ons brein van houvast. Het zoekt voortdurend naar iets om zich aan vast te klampen. Om ergens bij te horen. Want ergens bij horen betekent dat we onze overlevingskansen vergroten.

Dat gevoel van ‘wij’ en ‘zij’. Daar gaat ons overlevingsinstinct van aan. 

Maar als we dieper kijken, zien we dat al die genen uiteindelijk één grote soep zijn.

De voorouders van Indonesiërs komen onder andere uit Vietnam, China, Australazië en Papoea. Hun voorouders komen weer uit Afrika. 

Enneh, oja, AL onze voorouders komen uit Afrika. Ook die van Nederlanders. Alle moderne mensen, inclusief Nederlanders, stammen af van mensen die in Afrika leefden. Daar komt de mensheid vandaan.

Dus met dat in gedachten is racisme toch eigenlijk het meest debiele ooit. Maar dat terzijde. 

Meer dan een verhaal

Ik wil niets afdoen aan het belang van familiegeschiedenis. Het kan veel verklaren. En geschiedenis bestuderen is belangrijk als we de toekomst willen verbeteren.

Toch denk ik dat een bredere blik ook gezond is. Om niet volledig op te gaan in ons eigen verhaal. Om dingen te leren, maar ze ook weer los te laten.

Niet loslaten in de zin van vergeten. Maar loslaten in de zin van beseffen dat er meer is dan onze identiteit. Dat er iets is voorbij de labels, de nationaliteiten, de verhalen en de familiegeschiedenissen.

Misschien gaat heel die zoektocht niet alleen over het vinden van je identiteit, maar meer over dat je ontdekt dat je een combinatie bent van allerlei dingetjes (aka het universum?) en dat je gewoon een uniek mens bent op deze aarde.

En daarmee precies hetzelfde als iedereen.

Dus wat maakt het allemaal uit? 

Uiteindelijk niets. Uiteindelijk smelten we toch allemaal weer samen tot één vuurbal. 

Daarmee sluit ik de post voor nu af. En ga ik verder met het lezen van het tweede deel van Lichter dan ik, genaamd Op zoek naar Isah

Wie weet, misschien vind ik Parminah ooit ook nog wel.

*Indisch = Indo = een mix van Europese (in dit geval Nederlandse) en Indonesische afkomst

Plaats een reactie