Waarom praten over psychische problemen normaal is

Als kind van een vader die suïcide heeft gepleegd, is het niet bepaald makkelijk geweest om te praten over psychische problemen.

Het stigma op geestelijke gezondheidsproblemen weegt zwaar. Onvoorstelbaar zwaar.

Ik was zeventien toen mijn vader overleed. En het enige wat ik op die leeftijd wilde, was ‘normaal’ zijn.

Doe normaal, pap!

Toen mijn vader nog leefde, gingen we soms de stad in. Dan nam ie me aan de hand en zwaaide hij me door de lucht, midden op straat.

‘Doe normáál, pap!’ riep ik met het schaamrood op mijn kaken.

Ik was toch zeker geen klein kind meer. Ik was al elf, hoor. Stel dat iemand van school me zo zou zien.

Nee, ik moest ‘cool’ zijn. Als papa gek deed, dan wilde ik daar niets van weten.

Zeker niet toen hij een paar jaar later echt gek ging doen. Toen hij moest worden opgenomen, zo gek dat hij deed.

De duivel op zijn tong

Ik ging hem een keer opzoeken in het psychiatrisch ziekenhuis, het Sint Joris in Delft. Mijn moeder had me al gewaarschuwd dat ik niet moest gaan.

Maar ik was vijftien (of zestien) en ik deed altijd het tegenovergestelde van wat mama zei.

Het Sint Joris is in mijn herinnering geen fijne plek. Ik vond het er raar. Het zat vol mensen die in zichzelf praatten, schreeuwden of in het niets voor zich uit zaten te staren.

Ik zat met papa om tafel. Er zaten andere mensen bij, geen idee meer wie dat waren. Waarschijnlijk begeleiders.

‘Mijn tong is opgezwollen,’ zei mijn vader. ‘Dat komt door de duivel.’

‘Nee joh, pap, dat kan helemaal niet. Het is gewoon van de medicijnen.’

Ik wist niet wat ik hoorde. Wat was hij nou weer voor lariekoek aan het spuien? Ik werd er boos om.

Maar je ziet toch niets aan hem?

Het fenomeen van geestesziekte begreep ik niet. Hij zat daar toch, hij leek toch op zichzelf? Waarom zei hij dan dat soort gekke dingen?

Ik wilde er niets van weten. Daarna heb ik hem niet meer opgezocht en pas toen hij thuiskwam, weken later, praatte ik weer met hem.

Hij was weer zichzelf, maar anders. Hij kwam nauwelijks uit zijn stoel en zat dagen gewoon te zitten.

Ik was dan de hort op. Ik zat bij mijn vriendje, op school, op straat of bij vriendinnen.

Ik had een allergie opgebouwd voor alles wat naar ‘psychische problemen’ rook. Van psychologie wilde ik niets weten. Ik vond het allemaal maar eng.

Lekker nooit praten over psychische problemen

Wat best jammer is, want als ik me daar iets eerder in had verdiept, had ik misschien niet een paniekstoornis opgelopen. En had ik meer tijd met mijn vader kunnen doorbrengen.

Die paniekstoornis vertelde ik natuurlijk aan niemand. De manier waarop mijn vader is doodgegaan, heb ik ook jaren verzwegen.

Als ik iemand nieuw leerde kennen, dan zei ik vaak dat mijn vader (als ze er naar vroegen) aan een ziekte was overleden.

Als puber wil je niet afwijken van de norm. Je wil bij de groep horen. Normaal zijn.

Zelfs als twintiger, misschien zelfs als begin dertiger, heb je dat nog.

Je bent niet je verhaal

Totdat je erachter komt dat niemand normaal is. Totdat je erachter komt dat je, ondanks wat je hebt meegemaakt, best een leuk persoon bent.

Dat je huidige acties en gedrag belangrijker zijn dan wat je in het verleden hebt gedaan of meegemaakt.

Dat je niet je verhaal bent.

En wanneer je dat beseft, kun je je verhaal delen.

Althans, zo is het bij mij gegaan.

Volwassenen: geef het goede voorbeeld

Maar hoe fijn zou het zijn voor de huidige en toekomstige generatie pubers, als praten over psychische problemen niet zo zwaar was.

Gewoon, je mentale gezondheid bespreken. Net zoals je huidproblemen bespreekt.

Dat je niet stiekem naar een noodlijn hoeft te bellen omdat je niet weet bij wie je terecht kunt.

Ik geloof dat het nu wel beter is dan 20 jaar geleden, maar de vooruitgang gaat mij nog te traag.

Zeker als je leest dat mentale gezondheidsklachten onder jongeren fors aanwezig zijn.

Gelukkig zijn er steeds meer manieren om aan de bel te trekken. Maar dan moeten ze wel weten dat die bel er is. En dat het compleet normaal is om aan die bel te trekken.

Dat wordt het alleen als jij en ik, en alle andere volwassenen, het ook normaal gaan vinden.

Als we met zijn allen niet zo krampachtig doen en ruimte maken voor onze emoties en voor die van onze jongeren.

Durf te praten over psychische problemen

Heb jij last van psychische klachten? Dit zijn plekken waar je goed advies krijgt:

  • Je huisarts
  • Een psycholoog of jeugdpsycholoog
  • Verpleegkundig specialist GGZ
  • Een therapeut (er zijn veel verschillende soorten therapeuten, soms duurt het even voordat je iemand hebt gevonden die bij je past)
  • Stichting MIND: 0900-1450

Plaats een reactie