Bye bye Bali, hallo Holland: ik ben weer thuis!

Ik ben boodschappen doen. De winkel bevindt zich op minder dan drie kilometer afstand van mijn huis, maar ik zit op mijn scooter in de file.

Een kakofonie aan toeters in de hitte van een genadeloze middagzon. Het zweet glijdt langs mijn onderrug schaamteloos mijn bilnaad in.

De uitlaatgassen kleuren mijn longen en humeur zwart. 

Over de stoep dan maar, inhalen aan de verkeerde kant – net als iedereen. Alles om zo snel mogelijk weg te komen. Man, wat ben ik hier klaar mee.

I will always love you

Ik ben gek op Bali, begrijp me niet verkeerd. De energie, de relaxte levensstijl, de natuur.

Het is makkelijk om de mooie dingen aan Bali te zien. Een prachtig eiland, lieve mensen, perfecte golven. Een paradijs voor digital nomads die van surfen houden.

Maar als je er lang zit, ontdek je dingen die voorheen niet zag. Of niet erg vond. Dat geldt voor elke plek.

Je zult nooit deel uitmaken van de lokale bevolking – tenzij je met een Balinees trouwt. En zelfs dan zul je toch altijd die ‘Bule’ blijven, de toerist.

Hoewel het makkelijk is om vrienden te maken, vooral met andere digital nomads, is het leven best vluchtig. Ik heb het geluk echt een paar kanjers van vrienden te hebben, maar de meesten vechten een beetje met dezelfde issues.

Heimwee. Een verlangen naar stabiliteit. Vaste relaties. Iets opbouwen. Familie. Vrienden thuis.

“Would you like something else?” vraagt een serveerster met haar warme glimlach.

Ik schrijf deze blogpost in Drifter, een café en surfshop in één.

“No, thank you,” antwoord ik vriendelijk. Ik heb een Iced Matcha Moringa Almond Latte besteld, hipster die ik ben.

Er staat een lekker reggae-deuntje op: Mr. Sun van Don Carlos. Het is lunchtijd en alle tafeltjes zijn bezet, maar de drukte valt mee. De meeste mensen om me heen zijn stil en werken achter hun laptop.

Ik zit achterin, in de gallery, waar zo’n tien beschilderde surfboards aan de muur hangen.

De mooiste vind ik die met de hindoe-moedergodin Durga. Een leeuw vergezelt haar en ze staan allebei achter een zee van vlammen.

Durga is een ‘Warrior Goddess’ en vertegenwoordigt Shakti: de moeder van al het leven op aarde en het universum. De leeuw symboliseert heldhaftigheid en dapperheid, die nodig zijn om het op te nemen tegen kwade krachten. 

Ook staat hij symbool voor dierlijke driften, zoals woede, jaloezie, arrogantie en egoïsme. Durga is baas over de leeuw. Zo laat ze zien dat we deze eigenschappen moeten leren beheersen, voordat ze ons beheersen. 

Dat is een van de dingen die het leven hier me zeker heeft bijgebracht. Of in elk geval trachtte bij te brengen.

De serveerster brengt me mijn coole plantenmelkje: “Here you are, Miss. Would you like anything else?”

Nou, kom op, dan bestel ik er nog wat eten bij. Ik ben op een gezondheidstoer de laatste dagen, dus ik ga voor de ‘Abundance Salad’. 

“Sure, I’ll have this salad,” zeg ik terwijl ik op het menu wijs.

“Would you like to order something else?” vraagt ze.

Ze heeft mooie ogen die schitteren met Balinese vriendelijkheid. De vriendelijkste vriendelijkheid ter wereld.

“No, thank you, this is all,” antwoord ik terug. Ik probeer haar lieflijkheid te evenaren, maar dat gaat me in geen miljoen jaar lukken.

Hoor ik dan toch in de polder?

Van de zomer was ik even in Nederland. Na meer dan een jaar kon ik mijn moeder weer eens knuffelen. Dat was fijn.

Drie weken Nederland en ik heb genoten van elke minuut. Van mijn familie en lieve vrienden, en van boterhammen met kaas uit de Albert Heijn.

En er was nog iets waarvan ik genoot. Het gevoel van thuiszijn. De ‘normaalheid’ der dingen. Mensen in de trein die op weg waren naar hun werk of in de Coffee Company achter hun laptopje zaten.

Een gevoel van aarding en veiligheid dat ik tot in mijn botten voelde, omdat ik in een land was waar mijn wortels liggen.

Ik kom al zeven winters in Indonesië, maar dat veilige thuisgevoel heb ik echt alleen in Nederland.

Wel geloof ik dat je je overal ter wereld ‘thuis’ kunt voelen, zolang je maar een goede relatie hebt met jezelf en achter je keuzes staat.

In Nederland besefte ik me alleen dat ik niet meer achter mijn keuzes sta. Mijn moeder wordt ouder. Ik word ouder. Ik wil geen zeventien uur meer moeten vliegen voordat ik bij haar ben, mocht ze me ooit hard nodig hebben.

genot van goeie shit

En Europa trekt. Dat trekt het al een tijdje. Ik wil naar huis – en ik wil me niet laten tegenhouden door de angst om iets te verliezen. Want eng vind ik het zeker. Ik heb een heel leven opgebouwd in de tropen dat ik achter moet laten.

De serveerster komt langs: “Are you finished, Miss?”

“Yes, thank you,” zeg ik. 

Op zo’n drie meter afstand, net achter Drifter, zet een bouwvakker zijn drilboor aan. Dat is dagelijkse kost hier: ze zijn altijd en overal wat aan het (ver)bouwen. Het geluid doorboort zowat mijn trommelvliezen.

“Would you like to order something else?” vraagt ze weer.

Voor de laatste keer antwoord ik met nee. Het is me te heet, te rumoerig en te druk aan het worden.

Het is tijd om naar huis te gaan.

Plaats een reactie